Jan Koudijs, geboren op 07-08-1825 te Amersfoort als zoon van Jan Koudijs en Geertje Pothoven. Overleden op 12-01-1864 te Bandjermasin.
Ongehuwd.
Opmerking: Volgens register Jan Koudijs geb.7-8-1825 Amersfoort z.v. Jan en Geertje Pothoven, overl.12-1-1864 Padang. Vollgens Regerings Almanak Nederlands-Indië overl.12-1-1864 Bandjermasin. Volgens Suppletie folio overl.12-1-1864 Bandjermasin. Heeft f 59,94½ en familiepapieren nagelaten (zie Boedelstaat Exh 9/19-65 No 22). Volgens Staat van Nalatenschappen overl.12-1-1864 Bandjermasin.
Nederlandse Dienst
12-11-1841 Tamboer 10e Regiment Infanterie geëngageerd 8 jaar, 1 maand en 20 dagen zonder handgeld
26-10-1842 overgeplaatst 2e Divisie Algemeen Depot Landmacht No 33
04-12-1843 overgeplaatst 1e Regiment Infanterie
06-07-1845 Korporaal 1e Regiment Infanterie
08-05-1846 geplaatst in de 2e klasse van het Schijfschieten
15-05-1846 geplaatst in de 1e klasse van het Schijfschieten
01-01-1847 Soldaat 1e Regiment Infanterie
10-07-1847 vermist
07-08-1847 als deserteur aangemerkt
03-11-1852 bij Vonnis van de Krijgsraad veroordeeld tot gemis van kokarde gedurende 6 maanden en 4 dagen zware detentie
13-12-1852 terug bij Korps 1e Regiment Infanterie
14-12-1852 Tamboer 1e Regiment Infanterie
10-02-1853 Soldaat 1e Regiment Infanterie
28-01-1854 overgegaan Koloniaal Werfdepot geëngageerd 6 jaar zonder handgeld
09-09-1854 Korporaal Koloniaal Werfdepot
11-12-1854 ingescheept Harderwijk met bestemming Nieuwediep
13-12-1854 geëmbarkeerd Nieuwendiep a/b Schip Vijf Gebroeders
12-01-1855 uitgevaren van het Nieuwediep
30-04-1855 gedebarkeerd Batavia & ingedeeld 2e Bataljon Infanterie
03-01-1859 Soldaat 2e Bataljon Infanterie
17-10-1859 Korporaal 2e Bataljon Infanterie
03-02-1861 Sergeant 2e Bataljon Infanterie
07-03-1863 RMWO 4de klasse KB 07-03-1863 No 68
Bij Vonnis van den Krijgsraad in het Limburgsche gewezen den 3 november 1852 en ingaande 15 november 1852 veroordeeld tot gemis der kokarde gedurende zes maanden en vier dagen zwaare detentie terzake van eerste desertie in tijd van vrede onder een vermilderde omstandigheden zie Aanschrijving van 28 januari 1853 No 10B
1860 t/m 1863 Nederlands-Indië. Borneo. Krijgsverrichtingen in de Zuid en Ooster Afdeling van Borneo.
Benoemd tot Ridder der 4e klasse van de Militaire Willems Orde bij Besluit Zijne Majesteit van 7 Maart 1863 No 68 voor zijn gedrag bij de gevechten in de Zuid- en Ooster- Afdeling Borneo in de jaren 1860 en 1861.
Op 4 augustus 1860 Togt vanuit Barabei-ie naar Batoe Uandie en Amoenthay, vermeestering der benting te Batoe Uandie. Was gedurende den geheelen togt bij de voorwacht en spits en onderscheidde zich voornamelijk bij de verkenning van Batoe Uandie, toen onze troepen door een hevig vuur werden bestookt, door onversaagden en bedaarden moed, werd bij die gelegenheid gewond.
Den 25 en 27 september 1861 Togt naar klein en groot Toendakkan, bestorming deser beide kampongs. Bevond zich immer aan de spits, stormde bij ontmoetingen met den vijand steeds aan het hoofd zijner manschappen en was ook bij de bestorming der kampong groot en klein Toendakkan weder onder de voorste, legde daarbij grooten moed aan den dag, waardoor hij zijner ondergeschikten een uitmuntend voorbeeld gaf.
Bijlage 1 Nederlandsche Staatscourant 03-01-1866 No 2 Staat van Nalatenschappen