Franz Xaver, Naudascher, geboren op 24-10-1780 te Mahlberg (Groothertogdom Baden) als zoon van Fidelis Naudascher en Maria Anna Frühen. Overleden op 18-04-1855 te ’s-Gravenhage.
Gehuwd met Christiana Rosina Krüger en op 05-06-1828 te Utrecht met Carolina Francisca van Aussen.
Opmerking: Volgens register Frans Xaverius Naudascher geb. 24-10-1780 Mahlberg (groothertogdom Baden) z.v. Fidelis en Maria Anna Frühin. Volgens Akte Notoriteit Franz Xaver geb.24-10-1780 z.v. Fidelis Naudascher en Maria Anna Frühen.
Bataafse Dienst
04-03-1801 Sergeant Legioen Bataven bestemd voor Batavia
01-05-1801 Sergeant-Majoor Legioen Bataven bestemd voor Batavia
26-03-1802 geëmbarkeerd voor Java
Hollandse Dienst
20-05-1806 2e Luitenant-Adjudant Bataljon Jagers op het Eiland Java
21-12-1807 1e Luitenant-Adjudant Bataljon Jagers op het Eiland Java
13-01-1809 Kapitein-Adjudant-Majoor Bataljon Jagers op het Eiland Java
Franse Dienst
26-11-1811 Krijgsgevangen genomen bij Batavia door Engelse
01-09-1812 gedebarkeerd in Europa
10-12-1813 ontslagen uit krijgsgevangenschap
Nederlandse Dienst
24-01-1814 Kapitein 10e Bataljon Infanterie Landmilitie
01-03-1815 vernummerd tot 20e Bataljon Infanterie Nationale Militie
01-01-1819 bij reorganisatie geworden 13e Afdeling Infanterie
17-01-1823 overgeplaatst 4e Divisie Depot Landmacht No 33
20-10-1825 Majoor 3e Divisie Depot Landmacht No 33
20-12-1826 overgeplaatst 9e Afdeling Infanterie
16-11-1830 RMWO 4de klasse KB 16-11-1830 No 59
22-03-1831 Luitenant-Kolonel 9e Afdeling Infanterie KB 22-03-1831 No 21
04-09-1831 Eervol vermeld KB 04-09-1831 No 93
28-03-1832 Metalen Kruis
02-02-1833 Ridder Orde Nederlandse Leeuw KB 02-02-1833 No 86
1833 Medaille Citadel van Antwerpen
01-07-1835 Commandant 4e District Zeeland
20-04-1837 Commandant 3e Afdeling Infanterie KB 20-04-1837 No 109
07-12-1837 Kolonel 5e Afdeling Infanterie KB 07-12-1837 No 56
10-09-1839 op traktement van non-activiteit in afwachting van pensioen KB 10-09-1839 No 106
20-09-1839 uit de Sterkte gebracht
16-06-1840 toegekend jaarlijks pensioen KB 16-06-1840 No 70
(Krijgs-)verrichtingen.
Van 1803 t/m 1811 in Koloniale dienst op het eiland Java.
In 1802 met het Legioen Bataven naar Batavia gedirigeerd.
In 1806 en 1807 op het Eiland Java onder de orders van Brigadier Saudobraij en Kolonel Gaupp en bijgewoond de affaire bij Jamblang in het koninkrij Cheribon
In 1808 en 1809 in het koninkrijk Bantam onder de orders van Gouverneur-Generaal Daendels
In 1810 in het koninkrijk Djocjacarta onder de orders van Gouverneur-Generaal Daendels.
1811 Nederlands-Indië. Java. Landing Britten op Java
In 1811 onder de orders van Generaal-Gouverneur Jansens bijgewoond de affaire tegen de Engelse bij Batavia en Meester Cornelis. Door de Engelse op 26 augustus 1811 aldaar krijgsgevangen genomen en naar Engeland gezonden. Op 1 September 1812 ontscheept in Engeland en op 10 December 1813 in Engeland uit krijgsgevangenschap ontslagen.
1830 t/m 1834 Zuid-Nederland. België. Bij gelegenheid van den opstand in België.
In 1830 bij het Verenigd leger tegen den opstand in België en zich bij die gelegenheid onderscheiden.
Bij Besluit Zijne Majesteit van 16 November 1859 No 59 benoemd tot Ridder van de vierde klasse der Militaire Willems Orde “als hebbende zich ter gelegenheid van de gebeurtenissen in de Zuidelijke Provincie, op eene voordeelige wijze, boven anderen, hebben onderscheiden”
Vooreerst, te homologeren de benoemingen, die, door Onzen Admiraal & kolonel Generaal, Onzentwege, ter zake bovengemeld, gedaan zijn tot Ridders van de derde & vierde Klasse der Militaire Willems Orde, en tot Ridders der Orde van den Nederlandschen Leeuw, welke benoemingen, op de hiernevens gevoegde lijst gemerkt Litt: A, breeder zijn vermeld.
Voordracht 13 November 1830 te Breda door de Admiraal en Kolonel Generaal Prins Frederik op Nominatieve Lijst Litt.A: “Voor de gevechten van den 21e September tot en met den 26e October 1830” tot Ridders der Willems-Orde van de 4e klasse zijn benoemd bij de 9e Afdeling Infanterie de Majoor Naudascher
In 1831 en 1832 op de Citadel van Antwerpen.
Bij Besluit Zijne Majesteit van 31 Augustus 1831 No 59 de bijzondere tevredenheid des Konings betuigd wegens het gehouden gedrag als Kommandant der Koloniale Troepen, gebezigd tot het doen eener uitval, op den 5 Augustus 1831, uit de Citadel van Antwerpen.
Bij Besluit Zijne Majesteit van 4 September 1831 No 93 “tot het toekennen van belooningen aan de Krijgslieden van het Leger en de Zee-magt, die zich bij den uitval uit de Citadel van Antwerpen, op den 5e bevorens, of bij de plaats gehad hebbende vijandelijkheden in de Prov: Zeeland en elders, bijzonder hebben onderscheiden” aan de Officieren en verdere Krijgslieden op den hiernevensgevoegden Staat genoemd, zoodanige bewijzen van onze tevredenheid en erkentenis te verleenen als achter ieders naam vermeld zijn.
Staat behorende bij het Koninklijk besluit van de 4e September 1831 No 93 bij de 9e Afdeling Infanterie de Luitenant-Kolonel F.X.Naudascher “Hebben alle uitgemunt bij den uitval uit de Citadel van Antwerpen in de vijandelijke paralellen op den 5en Augustus 1831 en zijn bij het bestormen der Batterijen steeds de eersten geweest”, reeds Ridder der Militaire Willemsorde zijnde thans eervol op de legerorde te vermelden.
Bij de capitulatie op 29 december 1832 krijgsgevangen naar Frankrijk gevoerd en den 16 juni 1833 ontslagen uit krijgsgevangenschap.
In 1834 in de Vesting Bergen op Zoom.
Bijlage 1 Akte Notoriteit Huwelijksbijlage Utrecht 05-06-1828 Akte 150
Bijlage 2 Bredasche Courant 22-04-1855 No 32 Overlijdensbericht
Bijlage 3 Aanwijzing voor de Plaat voorstellende: “een gezigt op de Stad Antwerpen den Morgen van den 28 October 1830” onder nummer 19 (op de rug gezien)