Abraham Schuurman, gedoopt op 23-11-1781 te Amsterdam als zoon van Gerrit Schuurman en Anna Elisabeth Redelaar. Overleden op 26-05-1865 te Utrecht.
Gehuwd op 06-06-1802 te Enkhuizen met Henriette Clara Versfelt.
Opmerking: Volgens register Abraham Schuurman geb. 20-11-1782 Amsterdam z.v. Gerrit en Anna Elizabeth Redelaar. Volgens Doop 23-11-1781 Evangelisch-Lutherse DTB Abraham z.v. Gerrit Schuurman en Anna Elisabeth Redelaar
1787 met zijn ouder gevlucht naar Sint-Omaars
Bataafse Dienst
17-08-1795 Cadet-Sergeant 3e Bataljon Jagers
30-10-1797 2e Luitenant 3e Bataljon Jagers
22-02-1802 1e Luitenant 5e Bataljon Jagers
19-08-1803 Kapitein 5e Bataljon Jagers
Hollandse Dienst
08-08-1806 overgegaan 3e Regiment Jagers
08-09-1809 Luitenant-Kolonel 3e Regiment Jagers
1809 bij reorganisatie geworden 1e Regiment Jagers
Franse Dienst
01-10-1810 geïncorporeerd in 33e Regiment Ligte Infanterie
17-11-1812 Krijgsgevangen gemaakt door de Russen bij Krasnoe.
01-05-1814 ontslagen uit krijgsgevangenschap
Nederlandse Dienst
18-10-1814 Luitenant-Kolonel 20e Bataljon Infanterie Landmilitie
1815 bij reorganisatie geworden 16e Bataljon Infanterie Nationale Militie
08-10-1815 2e Kolonel & Commandant 17e Afdeling Infanterie
20-08-1820 Kolonel
24-05-1821 RMWO 4de klasse KB 24-05-1821 No 76
20-12-1826 Generaal-Majoor & Inspecteur 1e Groot Militair Commando
17-07-1829 Belast met het Speciaal toezicht over Afdeling Grenadiers en Bataljons Jagers KB 07-07-1829 No 104
16-11-1830 RMWO 3e klasse KB 16-11-1830 No 59
22-03-1831 Commandant 1e Brigade 1e Divisie Infanterie KB 22-03-1831 No 19
31-08-1831 Ridder orde Nederlandse Leeuw KB 31-08-1831 No 113
05-04-1832 Metalen Kruis
17-12-1836 Opperbevelhebber Troepen in Zeeland KB 17-12-1836 No 108
14-07-1839 Opperbevelhebber Vesting Breda KB 14-07-1839 No 96
01-10-1839 gedetacheerd bij Departement van Oorlog KB 08-09-1839 No 6
25-12-1839 Directeur-Generaal van Oorlog KB 25-12-1839 No 112
22-09-1840 Luitenant-Generaal KB 22-09-1840 No 67
08-10-1840 Adjudant in Buitengewone dienst Koning Willem II KB 08-10-1840 No 81
01-11-1840 eervol ontheven als Directeur-Generaal van Oorlog KB 01-11-1840 No 25
01-11-1840 Commandant ad-interim 2e Divisie Infanterie KB 01-11-1840 No 25
28-11-1840 Commandeur Orde Nederlandse Leeuw KB 28-11-1840 No 7
01-01-1841 Commandant 1e Divisie Infanterie KB 01-01-1841 No 9
17-10-1843 Commandant 2e Divisie Infanterie KB 17-10-1843 No 56
07-11-1843 Provinciaal Commandant Noord-Holland en Utrecht KB 07-11-1843 No 61
06-12-1844 Onderscheidingsteken Langdurige Dienst als Officier
10-05-1849 Grootkruis Orde van de Eikenkroon
28-11-1850 Inspecteur Wapen der Infanterie KB 28-11-1850 No 75
22-04-1852 toegekend jaarlijks pensioen KB 22-04-1852 No 51
Adjudant in Buitengewone dienst Koning Willem III
In 1796 bij de Rhijn Armee onder de orders van Generaal Daandels.
In 1797 geëmbarkeerd ter Rheede van Texel onder de orders van Generaal Daandels.
In 1800 en 1801 in Zeeland onder de orders van Generaal Daandels .
Van 1802 t/m 1806 in de Kolonie Suriname.
In 1807 en 1808 in het Noorden van Duitsland onder de orders van Generaal Dumonceau.
1809 Zeeland. 5e Coalitieoorlog
In 1809 in Zeeland onder de orders van Generaal Dumonceau en tegenwoordig geweest bij het opnieuw bezetten van het Fort Bath. Bij welke gelegenheid door den Koning van Holland tot Luitenant-Kolonel geavantceerd en gedecoreerd met een Eeresabeltje.
1812 Rusland. 6e Coalitieoorlog. Russische Veldtocht.
Met het 1e Corps van de Fransche Armee onder de orders van Maarschalk Davoust bijgewoond de Russische Veldtocht en bij de meeste Batailles en Affaires in Rusland aanwezig geweest. Bij de Bataille van Krasnoe den 17 November 1812 krijgsgevangen gemaakt in welke Affaire een paard onder hem is doodgeschoten. Den 1 Mei 1814 uit Krijgsgevangenschap ontslagen.
1815 In Zuid Nederland en Frankrijk.
Benoemd tot Ridder der Militaire Willemsorde bij Koninklijk Besluit van 24 Mei 1821 No 76 voor zijn bewezen “Goede diensten & Administratie”.
Volgens de voordracht 1821: De nevensgenoemde Kolonels munten uit in het goed Administreren van ’s Rijks gelden, als mede in het goed oefenen der Troepen; bijzondere IJver en belangstelling in Uwer Majesteits dienst zijn hoedanigheden die hen ieder afzonderlijk kenschetzen.
1830 t/m 1832 Zuid Nederland. België. Bij gelegenheid van den opstand in België.
In 1830 bij het Mobiele Leger tijdens den opstand in België en bij Besluit Zijne Majesteit van 16 November 1830 No 59 bevorderd tot Ridder der 3e klasse van de Militaire Willems-Orde als hebbende zich ter gelegenheid van de gebeurtenissen in de Zuidelijke Provincie op eene voordelige wijze boven anderen onderscheiden. Uitgemunt in de gevechten van 21 September tot 26 October 1830
In 1831 bijgewoond de Tiendaagsche Veldtogt en bij Besluit Zijne Majesteit van 31 Augustus 1831 No 113 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw als hebbende zich als Commandant van de 1e Brigade 1e Divisie Infanterie bij de Tiendaagse Veldtocht onderscheiden.
Bijlage 1 Doop 23-11-1781 Evangelisch-Lutherse DTB Amsterdam
Bijlage 2 Bredasche Courant 28-05-1865 No 43 Overlijdensbericht