Eugène Edouard Bernard Lacomblé, geboren op 26-10-1896 te Arnhem als zoon van Eugène Edouard Bernard Lacomblé en Cornelia Maria Perk. Gesneuveld op 27-02-1942 bij de ondergang van Hr.Ms. De Ruyter in de Java-Zee.
Gehuwd op 31-07-1923 te St. Maartensdijk (de Bildt) met Leonie Elfride Silvergieter Hoogstad.
Opmerking: Volgens register Eugène Edouard Bernard Lacomblé geb.26-10-1897 Arnhem z.v. (Eugène Edouard Bernard en Leonie Ellpide Silvergieter Hoogstad met verwiizing naar getrouwd en opmerking invullingsformulier gestuurd met vraag naar de ouders der gedecoreerde), gesneuveld in de nacht van 27 op 28 februari 1942 bij de slag in de Javazee. Volgens Stamboek Marie Off. Eugène Edouard Bernard Lacomblé geb.26-10-1897 Arnhem z.v. Eugène Edouard Bernard en Cornelia Maria Perk,
HBS
Nederlandse Dienst
17-11-1914 Adelborst 2e klasse KIM Willemsoord
16-11-1917 Luitenant ter zee 3e klasse KB 16-11-1917 No 38
1917 geëmbarkeerd a/b H.M. Schip Zeeland
04-11-1917 aangekomen in Oost-Indië
27-11-1917 geplaatst a/b H.M. Pantserschip de Ruyter
Mobilisatiekruis 1914-1918
24-02-1919 overgeplaatst a/b H.M. Mijnenlegger Serdang
16-11-1919 Luitenant ter zee 2e klasse KB 23-10-1919 No 31
22-11-1919 overgeplaatst Torpedodienst te Soerabaja
20-12-1919 derwaarts vertrokken a/b Particulier Motorschip Prinses Juliana
22-01-1920 aangekomen in Nederland
07-04-1920 gedetacheerd Torpedodienst & geplaatst a/b H.M. Torpedo-Instructieschip Koningin Emma
18-09-1920 overgeplaatst a/b Wachtschip te Willemsoord en gedetacheerd a/b H.M. Torpedoboot Z4
20-04-1921 1e Officier a/b H.M. Torpedoboot Z6
01-10-1921 overgeplaatst Onderzeedienst
03-05-1922 bij Vonnis Zeekrijgsraad veroordeeld tot f 5,- boete
15-05-1923 overgeplaatst a/b H.M. Onderzeeboot K VII
11-12-1923 aangekomen in Oost-Indië en geplaatst Onderzeedienst te Soerabaja en gedetacheerd a/b H.M. Onderzeeboot K VII
02-06-1924 gedetacheerd a/b H.M. Onderzeeboot K VI
15-07-1925 gedetacheerd a/b H.M. Onderzeeboot K II
01-03-1926 gedetacheerd a/b H.M. Onderzeeboot K IX
01-08-1926 gedetacheerd a/b H.M. Onderzeeboot K X
28-08-1926 overgeplaatst a/b H.M. Schip Mataram
01-12-1926 overgeplaatst a/b H.M. Schip Koetei
25-05-1927 overgeplaatst Marine Kazerbe te Oedjoeng
09-06-1927 Commandant H.M. Koetei
17-10-1927 eervol ontheven als Commandant H.M. Schip Koetei
02-11-1927 derwaarts vertrokken a/b Particulier Motorschip Prinses Juliana
25-11-1927 ontscheept Genua
23-01-1928 1e Officier a/b H.M. Pantserschip Brinio
31-10-1928 overgeplaatst a/b H.M. Schip Hertog Hendrik
14-12-1928 Luitenant ter zee 1e klasse KB 07-12-1928 No 33
15-05-1930 1e Officier a/b H.M. Schip van Speijk
03-11-1930 Tijdelijk Commandant H.M. Schip Nautilus
19-12-1930 1e Officier a/b H.M. Schip van Speijk
19-08-1931 geëmbarkeerd a/b Particulier Motorschip Christiaan Huijgens
19-09-1931 geplaatst Marine Kazerne te Goebeng
27-01-1932 overgeplaatst Marine Kazerne te Oedjoeng
06-02-1932 over geplaatst a/b H.M. Zeven Provinciën
06-08-1932 overgeplaatst Marine Kazerne te Oedjoeng (Equipagemeester Marine-Etablissement te Soerabaja)
28-11-1932 Onderscheidingsteken Langdurige Dienst als Officier Gesp XV
18-09-1935 derwaarts vertrokken a/b Particulier Motorschip Marnix van Aldegonde
08-10-1935 ontscheept Genua
06-12-1935 Commandant H.M. Mijnenveger Douwe Aukes
13-11-1937 gedetacheerd IIe Afdeling A Departement van Defensie
01-12-1937 Gesp XX Langdurige Dienst als Officier
01-06-1938 geëmbarkeerd a/b Particulier Motorschip Marnix van Aldegonde
1938 1e Officier a/b H.M. Kruiser de Ruyter
01-02-1940 Kapitein-Luitenant ter zee KB 01-02-1940 No 43
1942 Commandant Hr.Ms. Kruiser de Ruyter
28-05-1949 RMWO 4de klasse KB 28-05-1949 No 31
Oorlogsherinneringskruis
Van 15 Juli 1917 tot 20 December 1919 in Oost-Indië.
Bij Vonnis van de Zeekrijgsraad van 3 Mei 1922 schuldig verklaard aan, overtreding van de rijwielwet en veroordeeld tot eene geldboete van vijf gulden, bij gebreke van betaling te vervangen door hechtenis van vijf dagen uitgesproken den 31 Mei 1922.
Van 11 December 1923 tot 2 November 1927 in Oost-Indië.
Van 1 Juli 1929 tot 19 April 1930 in West-Indië.
Van 17 September 1935 tot 18 September 1935 in Oost-Indië.
Van 30 Juni 1938 tot de ondergang van H.M. Kruiser de Ruyter op 27 Februari 1942 in Oost-Indië.
1941 t/m 1945 Nederlands-Indië. 2e Wereldoorlog. Krijgsverrichtingen tegen Japan.
Als Commandant van H.M. Kruiser de Ruyter ingedeeld bij de Combined Striking Force, die bestond uit 14 Nederlandse, Amerikaanse, Britse en Australische Marine Schepen bestaande uit kruisers en torpedobootjagers onder commando van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman die tot doel had de Japanse invasievloot met troepen voor de aanval op Java tegen te houden. In de nacht van 27 op 28 februari 1942 kwam het tot een treffen, waarbij de Nederlandse kruisers De Ruyter en Java alsmede de Nederlandse Torpedobotjager Kortenaer en de Britse Torpedobotjager Electra ten onder gingen, terwijl de Britse kruiser Exter zwaar beschadigd raakte. Postuum benoemd tot Ridder der 4e klasse van de Militaire Willems Orde bij Besluit Hare Majesteit van 28 mei 1949 No 31 wegens:
Het zich in de strijd onderscheiden hebben door uitstekende daden van moed, beleid en trouw door begin 1942 als Commandant van Onze kruiser “de Ruyter”, hoewel hij nog slechts gedurende korte tijd met dit commando was belast, door zijn rustig, moedig en doelbewust optreden het vertrouwen der bemanning belangrijk weten te versterken en haar moreel hoog te houden, hetgeen o.a. tot uiting kwam toen bekend werd, dat deze oorlogsbodem op 26 februari 1942, wellicht voor de laatste maal, van Soerabaja zou vertrekken om de overmachtige Japanse vijand te bestrijden en de gehele bemanning desalnietemin met geestdrift zee koos.
In het bijzonder onderscheidde hij zich
1e door begin februari 1942 beoosten Kangean gedurende een langdurig bombardement, hetwelk werd uitgevoerd door een groot aantal vliegtuigen, door kundig en buitengewoon handig met het schip te manoeuvreren, de vele daarop afgeworpen bommen te ontwijken, waardoor het schip en de bemanning behouden bleven en midden feburai d.a.v. in Gasparstraten bij een luchtaanval, welke zes uren duurde, nogmaals met succes dezelfde manoeuvre uit te voeren.
2e door in de nacht van 27/28 februari 1942 tijdens de slag in de Java-zee tegen de overmachtige vijand – toen het schip, hetwelk dienst deed als vlaggeschip van het Geallieerde eskader, door een torpedo mid-scheeps werd getroffen, nadat het in de namiddag van 27 februari twee vijandelijke torpedojagers in de grond had geboord en zelf door een directe treffer was geraakt – een bezielend voorbeeld aan de bemanning te geven door haar op te dragen het zinkende schip met de gewonden te verlaten, doch zelf aan boord te blijven, waardoor hij met zijn schip ten onder is gegaan.