Frijling, Wilhelmus


Wilhelmus, Frijling, geboren op 06-09-1872 te Meppel als zoon van Hendrik Everhard Frijling en Ruurdtje Droge. Overleden op 10-12-1928 te ’s-Gravenhage.

Gehuwd op 02-07-1904 te ’s-Gravenhage met Maria Sophia van Oostrom Soede.

Opmerking: Volgens register Wilhelmus Frijling geb.6-9-1872 Meppel z.v. H.E. Frijling en R.Droge,overl.10-12-1928 ’s-Gravenhage. Volgens Geboorteakte Wilhelmus geb.6-9-1872 Meppel z.v. Hendrik Everhard Frijling en Ruurdtje Droge.

Afbeelding met Menselijk gezicht, kleding, person, persoon

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Nederlandse Dienst

25-08-1892 Ambtenaar Gouvernement Nederlands-Indië

1892 geëmbarkeerd a/b Stoomschip Burgemeester den Tex

02-12-1892 ontscheept Batavia

13-12-1892 geplaatst Residentie Benkoelen

01-04-1893 Aspirant Controleur GB 01-04-1893 No 13

13-12-1893 Aspirant Controleur Afdeling Mokko Mokko

1894 Controleur 2e klasse Binnenlands Bestuur Buitengebieden (JC 1894 No 48)

1895 overgeplaatst Gouvernement Atjeh en Onderhorigheden

1895 Controleur Olehleh

1897 Onderscheidingsteken Belangrijke Krijgsbedrijven Gesp Atjeh 1873-1896

28-09-1899 Ridder Orde Oranje Nassau KB 28-09-1899 No 43

01-02-1900 Controleur Binnenlands Bestuur Java & Madura GB 30-01-1900 No 14

15-07-1901 RMWO 4de klasse KB 15-07-1901 No 56

1901 Gesp Atjeh 1896-1900

02-04-1903 verleend 1 jaar verlof naar Europa

1904 Controleur Gouvernement Westkust Sumatra (JC 1904 No 85)

1906 Controleur Gouvernement Celebes en Onderhorigheden (JC 1906 No 39)

1907 Gesp Atjeh 1901-1906

1907 Tijdelijk waarnemend Assistent Resident Paré Paré

1908 Tijdelijk Assistent Adviseur Bestuurszaken Buitenbezittingen

01-10-1909 Tijdelijk Adviseur Bestuurszaken Buitenbezittingen

1909 Gesp Zuid-Celebes 1905-1908

1909 Adviseur Bestuurszaken Buitenbezittingen

01-05-1913 verleend 10 maanden verlof naar Europa

28-08-1913 Ridder Orde Nederlandse Leeuw KB 28-08-1913 No 1

1914 Adviseur Bestuurszaken Buitenbezittingen

01-02-1916 Gouverneur Celebes KB 22-01-1916 No 35

1921 Voorzitter College van Curatoren Technische Hogeschool te Bandoeng

1921 verleend 3 maanden verlof naar Nederland

11-02-1921 Lid van de Raad van Nederlands-Indië KB 11-02-1921 No 34

03-1922 Regeringscommissaris en Waarnemend Gouverneur Atjeh en Onderhorigheden

1923 Voorzitter der Bezuinigingscommissie

15-07-1923 verleend 22 dagen binnenlands verlof te Sindanglaja

16-09-1923 binnenlands verlof te Sindanglaja verlengd met 22 dagen

09-11-1923 Vice-President van de Raad van Nederlands-Indië KB 20-10-1923 No 41

1923 Voorzitter van het Centraal Comitee voor Nederlands-Indië van de Vereniging “Het Roode Kruis”.

23-03-1924 verleend binnenlands verlof van 6 weken te Wongkodjadja

06-09-1924 verleend binnenlands verlof van 14 dagen te Bandoeng

03-11-1924 eervol ontheven als lid en voorzitter van de regeringscomissie

03-11-1924 eervol ontslag op verzoek

(krijgs)verrichtingen.

Krachtens Koninklijk Besluit van 29 Augustus 1883 No 25 werd hij ter beschikking gesteld van den Gouverneur generaal van Nederlands-Indië om in een administratieve betrekking daar te lande te worden geplaatst. Nadat hij in Nederlands-Indië is gearriveerd wordt hij in 1892 geplaatst bij het Binnenlands Bestuur in de Residentie Benkoelen en toegevoegd aan de controleur van de Ommelanden aldaar.

1895 t/m 1900 Nederlands-Indië. Sumatra. Krijgsverrichtingen tegen Atjeh.

In 1895 wordt hij overgeplaatst naar het Goevernement Atjeh en Onderhorigheden

Bijgewoond de krijgsverrichtingen op de Noordoostkust van Atjeh en bijgewoond de expeditie naar Samalanga en Peusangan.

Bij Besluit Zijne Majesteit van 15 Juli 1901 No 56 te benoemen tot ridder 4de klasse der Militaire Willemsorde den controleur bij het binnenlandsch bestuur in de bezittingen buiten Java en Madura W.Frijling, “ter zake van de door hem bewezen diensten bij de krijgsverrichtingen ter Noord- en Oostkust van Atjeh, in het bijzonder gedurende de jaren 1899 en 1900”.

Voordracht 31 Maart 1901 Civiel en Militair Gouverneur van Atjeh J.B.van Heutz: “vanaf medio 1898 gegevens te verzamelen over Lho Seumawe, Samalanga, Meureudoe en de Keureutoë-streek en daarmee een gewichtig aandeel gehad in de voorbereiding der militaire operatiën en gedurende de excursiën. Bij nachtelijke tochten trad hij op als gids en bracht troepen waar zij zijn moesten.

Nam op dezelfde wijze deel aan de expeditie naar Peusangan, Geudong en Keureutoë in September en October 1898 en aan die ter Noord- en Oostkust in 1899, waarbij hij de gevechten bij Geudong, Lho Triëng en Matang Koeli meemaakte en den troepen den weg wees bij de tochten naar Tjot Pi in den nacht van 15 op 16 Juni, naar Mbang van 29 – 2 Juli, naar Blang Reumah in den nacht van 19 op 20 Augustus en bij de verrassing van Paja-Bakong in den nacht van 5 op 6 September, welke laatste geheel op zijne aanwijzing geschiedde en waarbij de vijand zware verliezen werden toegebracht.

In November 1899 veregezelde hij den Luitenant Kolonel van der Wedden op haren tocht van meureudoe door Samalanga en Peusangan naar Keureutoë waarbij hij door zijne groote terreinkennis belangrijke diensten bewees.

Gedurende het jaar 1900 nam de controleur Frijling weder aan alle excursien binnen zijne afdeeling deel.

In den nacht van 16 op 17 Februari werd op zijne aanwijzing in Minje tiga een repeteergeweer (M.95) opgegraven.

Den 24sten Maart strekte hij tot gids bij den tocht naar Kareuëng Bro in Boven-Peudada.

Den 29sten Mei werd op zijne aanwijzing in de heuvels van Tjoenda een bende verrast, die 19 doden en hunne wapens in onze handen liet.

In den nacht van 24 op 25 Juni werd op zijne aanwijzing Koeta Bateë in Samakoerö verrast, waarbij de vijand 13 dooden en vele geweren in onze handen liet.

Van 9 – 13 Juli werd op zijne aanwijzingen een tocht naar Sawang ondernomen en de Sultan met zijne benden verdreven.

In Augustus 1900 werden door hem in de geheele Pase-streek plaatselijk de landschapsgrenzen opgenomen, hetgeen in het Zuiden van Keureuteë bijna voortdurend onder vijandelijk vuur geschiedde.

In October en november werden op zijne aanwijzingen in de Boeloh-streek Panglima KawomLho Ramboeng, den Keudjroeën van gampong Teungoh en T.di Toempeuen verrast en neergelegd, en meedere arrestaties van vijandige hoofden of hunne gezinnen volvoerd, en tenslotte bij de Samalanga-expeditie door hem deelgenomen aan verschillende tochten, o.a. aan de zware tochten naar beuroesah en Tangga Beusi in de Gajolanden, respectievelijk in Februari en Maart 1901.

Uit deze opsomming van feiten, welke nog met verscheidene andere vermeerderd zoude kunnen worden, blijkt ten volle dat de controleur Frijling een zeer belangrijk aandeel heeft gehad in de voorbereiding en uitvoering der verschillende operatiën ter Noordkust, zich daarbij steeds door zijn moedig en beleidvol gedrag heeft onderscheiden en aan hem het succes van verschillende ondernemingen te danken is”.

Voordracht in register Kanselarij: “Heeft in 1899 en 1900 ter Noord- en Oostkust van Atjeh een zeer belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding en uitvoering der verschillende operatiën. Zich daarbij steeds door zijn moedig en beleidvol gedrag onderscheiden, terwijl aan hem het succes van verschillende ondernemingen is te danken”.

Volgens Verbaal 1 April 1902 No 70 in de nacht van de 27e maart 1902 werd het bivak Lho Semawe door eene bende van Radja Itam van Beureugang enkele ogenblikken vrij hevig beschoten, waardoor de controleur Frijling licht gewond raakte door een schot in de linker heup.

1906-1909 Nederlands-Indië. Celebes.

In 1906 belast met de waarneming van de tijdelijke betrekking van Assistent Resident van Paré Paré en vervolgens in 1908 benoemd als tijdelijke Assistent Adviseur voor de bestuurszaken der buitenbezittingen en met ingang van 1 October 1909 benoemd tot tijdelijk Adviseur voor de bestuurszaken der buitenbezittingen en vervolgens tot Adviseur voor de bestuurszaken der buitenbezittingen

1922 Nederlands-Indië. Atjeh.

In 1922 opgedragen onder toekenning van den titel van Regeringscommissaris voor Atjeh, zich van het gewest Atjeh en Onderhorigheden te regeren, ten einde het algemeen toezicht uit te oefenen op het bestuur in dat gewest gedurende de afwezigheid van de Gouverneur A.G.H.van Sluijs

De Regering betuigt de dank aan hem voor de loffelijke wijze, waarop hij zich heeft gekweten van de hem verstrekte opdracht om het algemeen toezicht uit te oefenen op het bestuur over het gouvernement Atjeh en Onderhorigheden gedurende de afwezigheid met buitenlandsch verlof van den Gouverneur A.G.H.van Sluijs.

  • De Militaire Willemsorde 1815-1940 G.C.E.Köffler pg.179
  • 1815-2015 Militaire Willems-Orde, 200 jaar moed, beleid en trouw Rogier Rijpkema & Jaap Cuperus pg.668
  • Drents Archief BS Meppel Geboorteregister 07-09-1872 Akte 195
  • NA BS ’s-Gravenhage Overlijdensregister 11-12-1928 Akte 3896
  • Algemeen Handelsblad 11-12-1928 No 32974 Overlijdensbericht
  • Portret Parelement.Com
  • Portret Delftsche Courant 12-12-1928 No 293
  • Portret Collectie Bronbeek
  • NA toeg.nr.2.02.14 KvK inv.nr.4824 KB 15-07-1901 No 56
  • NA toeg.nr.2.10.36.51 MvK Kabinets Verbaal Archief inv.nr.5 Verbaal 26 juni 1901 Kabinet Letter Q12
  • Register Kanselarij MWO 4de klasse nr.4968
  • NA toeg.nr.2.10.36.22 MvK Stamboeken Ambtenaren OI 1836-1940 inv.nr.924 Register F1 folio 56 & 841

Bijlage 1 Algemeen Handelsblad 11-12-1928 No 32974 Overlijdensbericht




[4968] [Register RMWO 4] [4e klasse] [Register RMWO 4/No 4968.docx]